De mythes van mobiel werken (en waarom u er toch aanmoet)

Wie mobiel werken succesvol wil invoeren, moet ook de bezwaren serieus nemen. Peter van Lonkhuyzen zet de mythes op een rij, maar sluit af met twee belangrijke redenen waarom werkgevers er toch aan moeten geloven.

Mythe 1. Mobiel werken = efficiënt werken

Door zelf de werktijden in te delen, ­zouden mensen efficiënter kunnen ­functioneren, is de gedachte. Maar hoe is de realiteit? Mensen die ­regelmatig thuis- of telewerken komen vaker in de knel met hun tijd dan ­traditionele werknemers, meldt TNO-­onderzoek.

Hun gezin en hun sociale ­activiteiten lijden méér onder hun werk, in plaats van minder. Doordat mensen ­geïsoleerd werken, en vaak ’s avonds, is door onderzoekers van de Universiteit Nijmegen bovendien een groter risico op burn out gerapporteerd.

Mythe 2. Mobiel werken = beter communiceren

De nieuwe werker mailt, sms’t, twittert, chat en facebookt er op los. Maar intussen wordt het contact met de collega’s er niet beter op, zeggen ze ook zelf. Voor 63 ­procent van de werknemers is het missen van de collega’s een reden om niet thuis te werken, blijkt uit onderzoek. Ook het zelf niet ‘zichtbaar’ zijn voor collega’s, wordt door velen als gemis ervaren.

Mythe 3. Mobiel werken = meer tot stand brengen

Onderzoeken naar de verschillen in ­productiviteit als gevolg van het nieuwe werken, laten wisselende resultaten zien. Over de invloed op creativiteit en ­innovatie is vrijwel niets bekend. Nieuwe ideeën die vroeger bij de koffiemachine ontstonden, komen in elk geval een stuk lastiger tot stand bij het koffieapparaat thuis.

Als er minder informeel contact is en er minder uren op ‘de zaak’ worden doorgebracht, zal dat ongetwijfeld gevolgen hebben voor de bedrijfscultuur en -binding. Hierover is nog weinig bekend.

Mythe 4. Mobiel werken = jezelf beter ontwikkelen

Werknemers hebben bij flexibel werken minder formele verplichtingen. Maar de aanwezigheid op kantoor heeft ook veel ‘verborgen’ voordelen. Een ­stimulerende omgeving en teamwork ­dagen werknemers bijvoorbeeld uit om zich te ontwikkelen. Volgens recent ­promotie-onderzoek van arbeids- en ­organisatiepsychologe Etty Wielenga-­Meijer is het gevaar van te veel vrijheid dat een werknemer zijn leercurve ziet ­dalen.

De belangrijkste factoren voor ­leren in het werk zijn hoge (maar geen ­torenhoge) taakeisen, genoeg variatie, voldoende (maar geen algehele) vrijheid en betekenisvolle feedback. Als een taak zoveel vrijheid geeft en de werknemer geen aanwijzingen heeft om de klus tot een goed resultaat te brengen, werkt dat negatief op de leercurve.

Mythe 5. Mobiel werken = sturen op output

Sturen op output is het toverwoord van mobiel werken. Omdat managers hun mensen minder zien, moeten ze ­leren om hen te beoordelen op hun ­prestaties in plaats van aanwezigheid. Het klinkt mooi, maar er in de praktijk kleven er grote bezwaren aan dit sturen op output.

De organisatiedoelen zijn lang niet altijd helder, vaak zelfs tegenstrijdig. Er moet bijvoorbeeld meer worden geproduceerd, ­terwijl de kosten omlaag moeten. De winst moet omhoog, terwijl we ook ­ruimte willen voor innovatie. Harde targets stellen staat vaak haaks op een werksfeer waarin werknemers gecoacht worden en geïnspireerd raken om het beste uit zichzelf te halen. Die paradox wordt bij de roep om ‘sturen op output’ vaak over het hoofd gezien.

Mythe 6. Mobiel werken = verantwoord werken

Het is werkgevers wettelijk verplicht zorg te dragen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor hun personeel. Dat valt bij al dat nieuwe werken niet mee. Er kan een risico-inventarisatie van de thuiswerkplek worden gemaakt, maar hoe ergonomisch zijn de tafeltjes in de Coffee Company waar de kenniswerker zijn uren slijt? En is met een tablet op de bank liggen werken wel arbo-proof?

Mythe 7. Mobiel werken = prettig werken

Ooit was werken – weet u nog? – ’s ochtends vroeg opstaan, de koude auto of bus in, de hele dag tussen kale kantoormuren doorbrengen en om vijf uur aansluiten in de file naar huis. Mobiel werken verwijst al die ellende naar het verleden. ­­’s Ochtends ­ontspannen uit de veren, met ­koffie op zolder achter de pc kruipen, ’s middags even naar een ­afspraak, maar op tijd ­terug om de ­kinderen te halen.

Helaas, was het maar zo feestelijk. Mobiel werken is ronduit ongezellig. Grote delen van de werkweek zit je alleen thuis. Eenmaal op de zaak aangekomen zit je op een flexplek tussen mensen die je nauwelijks kent. Het oude werken leek soms een gevangenis, maar het was wel lekker sociaal. Er werd bijgepraat, verjaardagen werden gevierd. Dat is nu teruggebracht tot een verplicht (wekelijks) netwerkmoment. Ik voorspel je: de komende jaren gaan steeds meer mensen het warme kantoornest missen.

En toch zullen werkgevers eraan moeten geloven

Er is één ­allesoverheersende reden waarom bedrijven, zelfs als ze ­zouden willen, niet aan mobiel werken ontkomen. Die is dat werknemers erom vragen.

Een bedrijf dat mobiel werken niet toestaat, verliest zijn aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt. Voor meer dan de helft van de werkende ­Nederlanders is flexibel kunnen werken een belangrijke of doorslaggevende voorwaarde bij het zoeken naar een nieuwe baan, aldus onderzoek van TNS Nipo.

Ook bij het vasthouden van werknemers is het belangrijk: als flexibel werken niet mag, is dat voor een kwart van de ­mensen reden om misschien op zoek te gaan naar een andere baan. Geen flexibel werken, geen nieuw talent. Het is een harde ­conclusie.

Minder vierkante meters

De andere doorslaggevende reden is dat een flexibel kantoor met flexwerkplekken in principe met minder vierkante meters toekan. Dat kan een belangrijke bezuiniging opleveren. Er moet echter wel rekening worden gehouden met extra investeringen in communicatietechnieken en bijvoorbeeld vergaderlocaties waar de flexwerkers elkaar kunnen ontmoeten.

Daarnaast is het eigenlijk vooral van toepassing op bedrijven die aan verhuizing toe zijn of hun huurcontract kunnen openbreken. Voor de andere gerapporteerde voordelen (meer productieve uren, minder stress etc.) is het bewijs tot nu toe tamelijk dun. Overigens is er óók weinig bewijs dat de productiviteit na het invoeren van HNW omlaag gaat, dat moet erbij worden gezegd.

Peter van Lonkhuyzen is freelance journalist en werkzaam voor onder meer NRC Handelsblad en Management Team. Dit artikel is een bewerkte versie van een artikel dat hij voor MT schreef.