Wat is er nog nieuw aan het nieuwe werken?

het nieuwe werken slim werken

Het nieuwe werken is een term die veelvuldig wordt gebruikt. En dat al bijna 15 jaar lang. Vraag reist dus: hoe nieuw is het nieuwe werken nog? En waarom zijn nog lang niet alle bedrijven overstag?

Hoe oud is het nieuwe werken? Oud. Bill Gates introduceerde wereldwijd de term ‘Het Nieuwe Werken’ (HNW) in 2005. Maar nog voor Gates de term lanceerde, werd in Nederland al volgens deze methode gewerkt. Zo werd halverwege de jaren negentig verzekeraar Interpolis als HNW-concept ingericht door bouwkundige Erik Veldhoen.

Maar wat heeft het opgeleverd? Sowieso veel onderzoeken. Talloze platforms, bedrijven en onderzoeksbureaus doen het, op de zaak of thuis. Zoals Plantronics, dat onderzoeker No Ties in 2016 de straat opstuurde. Wat bleek? Inmiddels brengt 63 procent van de bedrijven (groot en klein) het nieuwe werken in de praktijk.

Vooral bedrijven met meer dan 100 werknemers gaan er voor. Ook opvallend: de cijfers verschillen per regio. In het westen werkt 70 procent op een variabele plek, in het oosten slechts 55.

Verbod op thuiswerken

Is er dus sprake van een succes? Nee. Een derde van de ondervraagde proefpersonen kiest namelijk nog altijd voor zijn vaste werkplek. Veel bedrijven voeren het nieuwe werken in, maar laten in de praktijk veel kansen onbenut. Waarschijnlijk toch de macht der gewoonte.

Frank Timmermans, manager bij Plantronics, zegt: ‘Nederland wordt vaak gezien als koploper en pionier. Veel bedrijven die via dit concept werken, plukken er de vruchten van zoals toename in de werknemerstevredenheid, afname van het ziekteverzuim, verhoogde productiviteit en lagere huisvestingskosten. Toch blijkt dat een goede, structurele invoering bij veel bedrijven mislukt of zelfs verboden.’

Positief tegenover het nieuwe werken

Toe maar. Verbod? Jawel, bij 11 procent van de ondervraagde bedrijven is thuiswerken niet toegestaan. Dat percentage is het hoogst bij bedrijven met minder dan 10 werknemers (41 procent). Terwijl zoveel medewerkers in verschillende onderzoeken laten weten positief tegenover het nieuwe werken te staan.

Vooral de verhoogde flexibiliteit wordt toegejuicht, maar ook tijdsbesparing en verhoogde productiviteit worden als grote voordelen gezien. Opvallend: het ervaren van minder stress voor het nieuwe werken is voor bijna de helft van de respondenten belangrijk. En dan is er nog de verduurzaming door reductie van de CO2-uitstoot. Bijna 40 procent vindt dit belangrijk.

Meer tevreden werknemers

In 2015 was er de Nationale Enquête over het Nieuwe Werken, uitgevoerd door het gelijknamige platform. Hieraan deden 5.300 werknemers en werkgevers mee. De conclusie: het nieuwe werken levert meer tevreden werknemers op en de organisatie is goedkoper uit.

Nog wat cijfers? 64 procent krijgt meer energie van, 69 is productiever en 88 procent voelt meer vrijheid. Maar het kan allemaal beter. Een respondent zegt: ‘Zolang de top zich in bestuurs- en directiekamers blijft opsluiten en digibeten op hun secretaresses leunen, is er nog een lange weg te gaan.’

Wantrouwen onderling

En hoe zit het met de thuiswerkers, anno nu? Ruim de helft, 54 procent, werkt een of twee dagen thuis. In 2012 was dat volgens het platform nog 32 procent. Zij die niet thuiswerken hebben daar soms een schokkende reden voor: ‘Als ik niet zichtbaar ben, vlieg ik er als eerste uit.’

Wantrouwen dus. Ook onderling. Want: ruim een kwart denkt dat collega’s niet echt werken als ze een dagje thuis zijn. Zij zijn bang dat een medewerker lekker gaat Netflixen? Toch is die angst volgens onderzoekers ongegrond, omdat er (persoonlijke) deadlines gehaald moeten worden.

Controle houden

Ander ‘risico’ van het nieuwe werken is de mogelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Advocaat privacy-recht Rosalie Heijna zegt hierover: ‘Had je vroeger een eigen privéplekje of je vaste bureau; nu moet je een open ruimte delen, waar je niet eens altijd zeker bent of er wel een werkplek vrij is.’

‘En de werkgever heeft nu vaker het gevoel de controle te verliezen over jou als werknemer. Daarom zie je steeds meer andere manieren ontstaan om die controle te houden en zichtbaar te maken wat je doet als werknemer. Denk aan het monitoren en checken van werknemers via technologie. Als werkgever moet je voor het nieuwe werken wel een bepaalde mate van vertrouwen in je personeel hebben.’

Reistijd afgenomen

Toch zijn er duidelijk meer voor- dan nadelen aan het nieuwe werken. Volgens het CBS werken van de 8,3 miljoen werknemers en zelfstandigen er bijna 3 miljoen thuis. Het merendeel, 62 procent, doet dit incidenteel. Voor de rest is het dagelijkse praktijk.

Het zijn vooral managers die thuis achter de computer kruipen, op de voet gevolgd door ict’ers. En de overheid stimuleert thuiswerken (al is het niet genoeg) vooral omdat het de filedruk reduceert. Door het thuiswerken en het schuiven met werktijden kromp het reistijdverlies de afgelopen tien jaar met 12 procent.

Het nieuwe werken is mislukt

Het nieuwe werken loont dus. Helemaal voor bedenker Veldhoen, die er een boek over schreef en lezingen gaf. Overigens is hij niet tevreden met zijn ‘nalatenschap’: volgens Veldhoen is het nieuwe werken bij drie van de vier organisaties mislukt.

Reden? Het wordt vaak louter ingevoerd om op vierkante meters te bezuinigen. Er wordt onvoldoende geïnvesteerd in technologie om het thuiswerken te faciliteren. Ook blijkt dat leidinggevenden, tegen de filosofie van Veldhoen in, een eigen kamer hebben terwijl de medewerkers vaak aan een stoelendans doen. Er valt dus nog een hoop te leren. Aan het werk dus! Op de zaak, maar nog liever op een andere plek. Met kleine, roulerende teams, en flexibele werktijden…

Overweeg je om ook over te stappen op het nieuwe werken? Download dan de gratis whitepaper ‘Maak je kantoor futureproof’.

Lees ook: